Schouderslijtage (artrose)

Schouderslijtage (arthrose) is niet te herstellen. Indien er na een niet-operatieve behandeling pijnklachten en beperkingen in het dagelijkse leven blijven bestaan is een gewrichtsvervangende operatie (prothese) soms een goede optie.

Oorzaak van schouderslijtage

Bij schouderslijtage verdwijnt de kraakbeenlaag in het schoudergewricht. Hiermee verdwijnt het “glijsysteem” van de schouder en wordt de schouder stroef. Dit geeft pijn bij bewegen, maar kan ook pijn in rust geven. Schouderslijtage kan door verouderen ontstaan, maar ook door bijvoorbeeld een ongeval in het verleden, reuma of peesscheuren in het verleden.

Klachten bij schouderslijtage

Klachten passend bij schouderslijtage (arthrose) zijn met name pijn, vaak erg verminderde beweeglijkheid van de schouder en soms ook kraken en knoepen. Een opvallend verschil met veel andere oorzaken van schouderklachten is de pijn, die zowel in rust als bij bewegen optreedt en vaak bij bewegingen in alle richtingen.

Schouderslijtage – Onderzoek en diagnose

Onderzoek bij schouderslijtage

De diagnose kan gesteld worden door het stellen van specifieke vragen naar aanleiding van uw klacht, het uitvoeren van een uitgebreid lichamelijk onderzoek en, indien nodig, gericht aanvullend radiologisch onderzoek. Via het Schouder Centrum Nijmegen kunt u zo nodig terecht voor röntgenonderzoek, echografie of een MRI.

Bij een operatieve behandeling van schouderslijtage wordt het versleten gewricht vervangen door een kunstgewricht (prothese). Het doel van het plaatsen van een schouderprothese is pijnvermindering en het krijgen van een functie van het schoudergewricht.

 

Operatieve behandeling

Globaal zijn er drie soorten schouderprothesen:

  1. Een prothese zonder steel in de bovenarm. Hierbij wordt alleen een dunne botlaag vervangen van de schouderkop (resurfacing, plaatje). Dit type prothese kan alleen bij goede botkwaliteit en een bepaalde vorm van de schouder.
  2. Een prothese met steel in de bovenarm. Afhankelijk van de kwaliteit van het kommetje (glenoid) van de schouder (plaatje) moeten zowel de kop als de kom vervangen worden. Voorwaarde is dat alle cuffspieren nog intact zijn.
  3. Een omgekeerde prothese (reversed prothese). Deze prothese wordt vooral gebruikt als de cuffspieren onherstelbaar beschadigd zijn en er veelpijnklachten bestaan. Door het ontbreken van een goede cuff zal een gewone schouderprothese niet op zijn plek blijven en zal de kop naar boven verplaatsen. Bij de omgekeerde prothese blijft het gewricht wel op zijn plaats doordat de kom nu tegen de daarboven geplaatste kop steunt. Andere spieren rondom de schouder kunnen deels de functie van de gescheurde cuffspieren overnemen.

Complicaties

Helaas bestaat er bij elke operatie een kans op het ontstaan van complicaties, ook al is die erg klein. Uw orthopedisch chirurg zal dit vooraf uitvoerig met u bespreken. Bij operatieve ingrepen zult u ook foldermateriaal mee naar huis krijgen, zodat u thuis alles nog eens rustig kunt doornemen. 

Een specifieke complicatie voor schouderoperaties is het verstijven van het schouderkapsel (frozen shoulder). Gelukkig komt dit zelden voor. In het geval van een frozen shoulder zal uw fysiotherapeut het kapsel weer soepel moeten krijgen. Een enkele keer is er een tweede ingreep nodig om het kapsel los te krijgen.

 
Sluit Menu